Follow the river upstream
Alternate current
it came to me as in a dream
Yesterday

And everyone has to be plugged in

Visualize to the smallest detail
A revolutionary new invention

And everyone has to be plugged in

Nikola Tesla

Als een donderslag bij heldere hemel

Soms wou ik dat het mogelijk was om een tekst van de laatste zin naar de eerste zin toe te schrijven, achterwaarts dus. Dat zou op zijn minst de druk wegnemen een eerste zin te bedenken, waarmee ik niet wil beweren dat het bedenken van een laatste zin eenvoudiger zou zijn maar, indien nodig, kan je altijd terugvallen op “Zodoende meen ik mijn stelling aangetoond te hebben”, “Verder onderzoek dringt zich in deze zaak zeker op” of  “Het is een blik op een tijd die werkelijk voorbij is”. Ondertussen heb ik uiteraard al een eerste zin gevonden, namelijk de zin “Soms wou ik dat het mogelijk was om een tekst van de laatste zin naar de eerste zin toe te schrijven, achterwaarts dus”, en is mijn probleem opgelost maar ik weet ook wel dat dit éénmalig zal zijn. Deze truc kan en mag je geen twee keer demonstreren.

Deze bizarre opening van deze korte tekst – wie denkt, nu gaat het echt beginnen, heeft gelijk, de vorige paragraaf was een aanloop naar het werkelijke begin – heeft een eenvoudige reden: wat kan je schrijven over Nikola Tesla dat niet al te vinden is in een Wikipedialemma of encyclopedie? (En je merkt meteen dat de zin “wat kan je schrijven over Nikola Tesla dat niet al te vinden is in een Wikipedialemma of encyclopedie?” een vreselijke openingszin zou geweest zijn). Mijn antwoord op deze aan mijzelf gestelde vraag, luidt als volgt: als je zijn levensloop bekijkt, dan moet je bijna tot de conclusie komen dat zo’n figuur niet had kunnen, sterker nog, mogen bestaan. Hij verzamelt in zich zoveel clichés dat je het niet voor mogelijk houdt:

  • Een briljante uitvinder, vooral voor alles wat met elektriciteit te maken had, met als bekendste uitvinding de wisselstroom, hoewel het beter zou zijn om te spreken van de verbetering en industrialisering van de techniek in kwestie, maar die zich wel behoorlijk heeft laten foppen door die industrie zelf waardoor hij financieel nooit het maximum heeft gehaald uit zijn uitvindingen, dit in scherp contrast tot zijn tijdgenoot Thomas Alva Edison aan wie ten onrechte de uitvinding van de gloeilamp wordt toegeschreven terwijl hij die ook voornamelijk heeft geperfectioneerd en geïndustrialiseerd, maar, in tegenstelling tot Tesla, was Edison de betere zakenman, reden dat hij wel een plaats heeft veroverd in ons collectief geheugen en Tesla niet,
  • Een even briljante wetenschapper, in tegenstelling tot Edison, maar die op latere leeftijd alle kenmerken vertoonde van de dolgedraaide, gekke geleerde, die er de meest fantastische ideeën op nahield, zoals de droom van een antizwaartekrachtschild, dat vallen automatisch zou omzetten in zweven (zie je al de impact voor de luchtvaart?), wat hem, let wel, in zeer goed gezelschap plaatst, want menig wetenschapper heeft in zijn oude dagen de wereld een beetje anders bekeken, ik noem maar Linus Pauling, twee Nobelprijzen, briljant scheikundige, maar ook de Amerikaanse tegenhanger van onze dr. Lecompte, want hij was er compleet van overtuigd dat het innemen van vitamine C in grote hoeveelheden het antwoord is op ziekte en een waarborg op een gegarandeerde lange oude dag,
  • Een excentriekeling met neurotische en psychotische kenmerken, met smetvrees, met een onvermogen vlot sociale contacten te leggen, met visioenen, met hallucinaties, wat hem, voor alle duidelijkheid, niet tot een uitzondering maakt in de wetenschappelijke wereld die blijkbaar de eigenschap heeft om een onderdak te verschaffen aan deze wereldonkundigen, in welk verband ik enkel Godfrey Hardy zal vermelden, de briljante Cambridge wiskundige, die bij het binnenkomen in een hotelkamer eerst en vooral alle spiegels afdekte, maar tezamen met de andere kenmerken draagt het alleen maar bij tot het globale cliché van de gekke geleerde.

Dit beeld dat uit de vorige paragrafen opdoemt, is dermate clichématig dat ik mij gerechtigd voelde om te schrijven dat zo iemand niet had kunnen bestaan. Tenzij misschien in onze gezamenlijke verbeelding en één van de plaatsen waar die verbeelding zichtbaar wordt, is de ruimte die door de negende kunst wordt ingenomen: het stripverhaal. We kennen ze allemaal, ze maken deel uit van een gedeelde cultuur: Suske en Wiske kennen Professor Barabas, Kuifje heeft Professor Zonnebloem (of Tournesol in de oorspronkelijke editie, gebaseerd op de zeer reële Auguste Piccard, explorator van de diepzee, tezamen met zoon Jacques), Jommeke doet het met Professor Gobelijn, Nero laat Professor Adhemar optreden (het kindgenie), Robbedoes en Kwabbernoot kunnen niet verder zonder Professor Van Rommelgem. Dit zijn de vriendelijke voorbeelden, maar er zijn ook de kwaadaardige gevallen, zoals Zwendel in Robbedoes en Kwabbernoot, of de hele batterij krankzinnige collega’s die (Professor) Mortimer heeft moeten uitschakelen, tezamen met zijn onafscheidelijke vriend, Captain Blake.

Het is merkwaardig hoe Tesla lijkt op deze figuren want wat zijn de opvallende kenmerken: het zijn altijd individuen (check!), ze leven zelfstandig (check!), geen spoor van een partner te vinden (check!), hebben blijkbaar een eigen inkomen (check!), zijn dus onafhankelijk en werken voor niemand (check!). Zij bedrijven duidelijk wetenschap omwille van de wetenschap (dubbelcheck!). Al hun uitvindingen zijn bedoeld voor de verbetering van de mens en de wereld (check!). Loopt het mis dan is er een externe oorzaak: een waanzinnige politicus of een op winst belust zakenman (check!). Vreemd genoeg, heeft het proces zich ook in de omgekeerde richting afgespeeld: het “echte” leven van Nikola Tesla is langzamerhand zelf een strip geworden doordat allerlei totaal fantastische uitvindingen aan hem werden toegeschreven. Waarvan de bekendste ongetwijfeld, je houdt het niet voor mogelijk, een dodelijke straal is (waarbij ik spontaan moet denken aan één van de basisalbums van het Belgische stripverhaal: “Het gele teken”, een avontuur van de reeds vermelde Blake en Mortimer).

Vergelijk dit alles met het beeld van de wetenschapper-arbeider vandaag en het is meteen duidelijk hoe radicaal de wetenschappelijke wereld, zelf een multinational geworden ondertussen, geen haven meer kan zijn voor zo’n uitvinder, wetenschapper en excentriekeling. De openingslijnen van het Wikipedialemma over hem luiden als volgt: “Nikola Tesla (Smiljan, 10 juli 1856 – New York, 7 januari 1943) was een Servisch-Amerikaanse uitvinder, elektrotechnicus en natuurkundige. Hij wordt gezien als een van de grootste ingenieurs en uitvinders aller tijden”. Men realiseert zich onvoldoende hoe tragisch deze woorden eigenlijk klinken. Het is een blik op een tijd die werkelijk voorbij is.

Jean Paul Van Bendegem